Laatst was ik bij de voorzieningenrechter van de rechtbank. Eerste zitting, 09.00 uur. Het ging om een zaak met technische details op allerlei gebied (geluid, geur, visuele hinder, etc.). De bedrijfsvoering van cliënt werd bedreigd door een verzoek om voorlopige voorziening. De middag ervóór, ná 16.00 uur, had ik nog van de griffie per e-mail (ja, u leest het goed!) een ellenlang stuk ontvangen van verzoekers: het waren de gronden bij het pro forma ingediende verzoek. Het eerste wat ik dan denk is: kon dat nou niet eerder?

Technische adviezen in het omgevingsrecht

Juist in het omgevingsrecht baseer ik mijn juridische oordeel grotendeels op technische adviseurs. Die waren in deze zaak dan ook weer ruim vertegenwoordigd. Het vergt een nogal gedetailleerde voorbereiding van een zitting. Ik moet de rechter immers kunnen uitleggen of en hoe de technische aspecten juridisch correct zijn vertaald. Zeker in zo’n zaak is het dus belangrijk om precies te weten waar de klagers problemen mee hebben. Ik kan dan voor de technische aspecten nog tijdig ruggenspraak houden.

Procesregels in het bestuursrecht

Procesregels zijn er niet voor niets: een verzoek om voorlopige voorziening moet gemotiveerd zijn. En nadere stukken konden tot de 2e dag vóór de zitting worden ingediend. Dat klagers dan wachten tot de dag vóór de zitting, zorgt feitelijk voor een bijna onmogelijke situatie bij de verwerende partij en de derde-belanghebbende. Als ik die stukken immers pas een uur voor het einde van een normale kantoordag ontvang, is het bijna zeker dat ik me niet meer voldoende kan voorbereiden. Maar omdat cliënt erop rekent dat ik dat altijd wél doe, probeer ik dat natuurlijk wel te doen. Met veel geluk en veel bereidwillige betrokkenen lukt het dan nog. Tot ongeveer 01.00 uur ’s nachts ben ik bezig geweest met bellen en lezen van gemailde toelichtingen. Ik stond de volgende dag om 08.30 uur op de stoep van de rechtbank. Maar of dit nog een ‘goede procesorde’ genoemd mag worden, betwijfel ik ernstig.

Goede procesorde?

In dit geval heeft de voorzieningenrechter de vervelende zet van de klagers uiteindelijk goedgekeurd. Ik kan het nog steeds niet uitleggen aan cliënt. Er is immers geen reden waarom mijn cliënt minder mogelijkheden tot een goede voorbereiding van de zitting had mogen krijgen dan de klagers. Het enige wat de voorzieningenrechter gevraagd heeft, was of het bestuursorgaan en ik zich voldoende hadden kunnen voorbereiden. Het bestuursorgaan vond dat ze die vraag bevestigend moest beantwoorden. En ik? Ik heb natuurlijk ter zitting forse kritiek geleverd. En ik heb de rechter tegelijkertijd de retorische vraag gesteld, of hij dacht dat ik het aan cliënt had kunnen verkopen dat ik niets meer zou hebben gedaan de avond voor de zitting?

Hoe verloopt een zitting in de praktijk?

Hebt u nou ook vragen over hoe zo’n zitting bij de bestuursrechter in de praktijk verloopt? Na 20 jaar proceservaring bij de Afdeling bestuursrechtspraak en de rechtbanken kan ik u daar inmiddels een antwoord op geven. U kunt mij bellen 085 0030153 of mailen op info@www.woestenenk-legal.nl. Tot ziens!